klaswerking

kraaien-2015-10-31  vrije teksten

Het vertrekpunt voor ons taalonderwijs zijn de vrije teksten. Zowel het uitwerken van een vrije tekst als de bespreking en verdere verwerking ervan.

Het onderwerp van een vrije tekst wordt door het kind zelf vastgelegd. Het kan over een beleving van het kind gaan, maar ook over fictie.

Er wordt wel op gelet dat de verzonnen teksten niet verglijden in het navertellen van een film, verhaal,…

Eens het onderwerp vastligt, maakt het kind hierover een mindmap. Doel is het noteren van de inhoud die je wil gaan uitschrijven. Deze mindmap wordt met de leerkracht  besproken. Samen met het kind wordt de duidelijkheid en chronologie van het verhaal bekeken en eventueel verder uitgebouwd, wordt er om verduidelijking gevraagd indien nodig. Zo leren kinderen stap voor stap een tekst uitbouwen tot een goede tekst en geen opsomming van feiten.

Door deze vragen wordt ook duidelijk wat het kind precies wil vertellen, wat hem/haar eigenlijk raakt, boeit,…en geraak je tot een diepere laag . Je krijgt zo ook een boeiendere tekst.

Veel taalbeschouwingsaspecten komen hierbij aan bod.

Afhankelijk van het taalniveau dat ze reeds beheersen, wordt de tekst (gedeeltelijk) door de leerkracht uitgeschreven of door het kind zelf. Zie verderop.

Teksten die klaar zijn, worden door het kind voorgesteld in de praatronde. Na de voorstelling stellen de andere kinderen vragen over de tekst. De leerkracht let hierbij op dat het om inhouds- of verduidelijkheidsvragen gaat en niet om beoordelen van.

Samen met de groep wordt ook bekeken over welk onderwerp de tekst in hoofdzaak gaat, bij welk onderwerp je hem in de bib zou zetten.

Op de klasblog bouwen we een soort tekstenbank uit. De vrije teksten die er op komen worden getagd en zo kunnen kinderen makkelijk teksten van andere kinderen lezen die over hetzelfde onderwerp gaan.

De voorgestelde vrije teksten komen ook op het tekstenrek in de gang zodat ouders of andere kinderen de teksten kunnen lezen en dat de kinderen ze ook kunnen tonen aan hun ouders.

 

Op geregelde tijdstippen wordt de tekst van een kind ook aan bord klassikaal besproken.

Van september tot ca december (hangt wat af van de groep) komen in de 1ste graad teksten aan bord die al helemaal op punt staan. Daaruit halen we nieuwe woorden en klanken om verder op te oefenen (leren lezen, auditieve en visuele oefeningen, nieuwe woorden maken,…). Voor het 2de  worden er spellingsregels uitgehaald om mee aan de slag te gaan
De verdere inoefening gebeurt via werkbladen niv 1ste/2de/….

Vanaf ca januari komt ook in de 1ste graad  een tekst aan bord die nog niet helemaal op punt staat.Deze wordt met de groep besproken:

– Is de inhoud duidelijk?

– Heb je nog vragen over de tekst? (inhoud)

We toetsen af bij de auteur wat hij precies duidelijk wou maken in de tekst, of we het goed begrepen hebben. Indien er voorstellen voor toevoegingen of veranderingen komen, wordt ook gecheckt bij de auteur of hij akkoord is.

Zo wordt de tekst met iedereen samen op punt gesteld. Veel items van taalbeschouwing komen hier aan bod. Bijv als de zin vaak op dezelfde manier begint, werken aan de zinsbouw, uitzoeken welk voegwoord best past bij de zin,waar een zin stopt/begint,etc

Nadien worden spellings en ev taalbeschouwings-onderwerpen uit de tekst gehaald om verder in te oefenen.

Vanaf (ev eind 1ste) 2de lj moeten de kinderen de bordtekst nadien ook juist en duidelijk leesbaar overnemen.

 

Vrije-tekst-fases lk-kind

fase 1

Het kind vertelt. De leerkracht stelt verduidelijkheidvragen en maakt de mindmap aan de hand  hiervan.
De leerkracht kopieert de tekst voor het kind.

fase 2

De overstap naar deze fase wordt snel gemaakt.
De opstart met de mindmap blijft dezelfde. De leerkracht kopieert nog steeds de tekst voor het kind, maar er worden gaten gelaten waar het kind zelf de woorden moet stempelen (wel nog voorgeschreven door leerkracht)

fase 3

idem als fase 2, maar nu in doorschrijfletters. De kinderen moeten de woorden waarvan ze de letters al leerden schrijven zelf schrijven in de tekst.

fase 4

Opstart idem.

De kinderen moeten min de eerste 3 zinnen van hun tekst zelf kopiëren. De rest schrijft de leerkracht uit zodat iedereen evenveel werk heeft onafhankelijk de lengte van de tekst.

fase 5

Kan al overlappen met fase 4.
De kinderen proberen zelf hun mindmap op te starten en al zinnen te maken.
Ze mogen hiervoor de woordenschatmapjes raadplegen of enkele woorden aan de leerkracht vragen.
Nadien wordt de mindmap met de leerkracht besproken en ev verder aangevuld, uitgebouwd.
De kinderen kopiëren min de eerste 3 zinnen van hun tekst.

fase 6 (zéker vanaf 2de & 3de lj!)

De kinderen maken zelf een mindmap voor hun tekst.
Nadien bekijken ze deze met de leerkracht. De leerkracht stelt bijkomende vragen over de inhoud, verduidelijking,… om zo tot een goed uitgebouwde tekst te komen die gaat over wat het kind boeit of raakt.
De kinderen schrijven daarna zelf hun eindversie van de tekst volledig zelf.
De leerkracht kijkt na op spellingfouten, vergeten woorden, etc.
De kinderen verbeteren die zelf.
Een tekst die volledig in orde staat, mag in het persoonlijke tekstenboek gekleefd worden.
De kinderen maken ook een illustratie bij hun tekst.

Mogelijke aanpassingen:

* een tekst tikken op de computer. De tekst wordt dan ook daar op punt gesteld en verbeterd.

* een tekst hersamenstellen. Dit kan een tijdelijke mogelijkheid zijn voor kinderen die het moeilijk hebben met taal. De leerkracht schrijft hun tekst uit en zet de zinnen of woordgroepen door elkaar. Het kind moet dan zelf zijn tekst weer goed samenstellen.

Zoé-1ste-de auto-tekst    Lina-1ste-schelpen & bloemen-tekst

kraaien-2015-10-31

 

Bewaren

Advertenties
%d bloggers liken dit: